ECLI:NL:CRVB:2005:AU3745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoogte geldelijke tegemoetkoming pensioenschade bij ontslag ambtenaar
Gedaagde trad in januari 1999 in dienst bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en verzocht in 2000 om ontslag onder voorwaarde van volledige inkomenscompensatie vanwege een lagere pensioenopbouw en het ontbreken van een FPU-regeling bij zijn nieuwe werkgever.
De minister kende een vergoeding toe voor pensioenschade, maar weigerde compensatie voor het lagere bruto jaarsalaris en FPU. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom niet tot volledige compensatie werd overgegaan en vernietigde het besluit deels.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de minister gebonden is aan de toezegging tot volledige vergoeding van de reële pensioenschade, inclusief FPU, en dat de berekening van de minister niet alle relevante elementen bevatte, zoals de eenmalige bonus wegens niet-gebruik van FPU. Het nieuwe besluit van de minister wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuwe beslissing.
De Raad wijst ook het standpunt van de minister af dat het premievoordeel bij de nieuwe werkgever in mindering mag worden gebracht op de pensioenschade, omdat dit al is verdisconteerd in het achterwege blijven van salariscompensatie. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het besluit van 24 februari 2005 wordt vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing nemen met volledige compensatie van de pensioenschade.