ECLI:NL:CRVB:2005:AU3568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij zijn WW-uitkering met 20% werd verlaagd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 18 november tot 15 december 2002. De rechtbank had dit besluit bevestigd en oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn sollicitatieverplichtingen zoals bedoeld in artikel 24 van Pro de WW.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en verwees naar de slechte arbeidsmarktsituatie in de bouwsector en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn leeftijd en het ontbreken van een diploma 3D-tekenen. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en stelde dat appellant, ondanks de arbeidsmarktcondities, open sollicitaties had kunnen verrichten.
De Raad nam tevens in aanmerking dat appellant ruime ervaring had als bouwkundig tekenaar, kort werkloos was en een goed arbeidsmarktperspectief had volgens een intake van februari 2003. Onder deze omstandigheden achtte de Raad het niet aannemelijk dat appellant slechts een hypothetische kans had op passende arbeid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de verlaging van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.