ECLI:NL:CRVB:2005:AU3498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaald verzoek toeslag op grond van de Toeslagenwet zonder nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) aangevraagd met terugwerkende kracht over de periode 1996-1999. Verweerder wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren gesteld die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant aangevoerde feiten, zoals samenwonen met een partner en inwonende familieleden, al bekend waren bij de eerdere aanvraag in 1997 en dus geen nieuwe feiten vormden. Appellant had deze feiten destijds kunnen melden, maar deed dat niet. Ook ontbrak onderbouwing met stukken.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en stelt dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het hoger beroep bevat geen nieuwe elementen die tot een ander oordeel leiden.
De beslissing van verweerder om het verzoek af te wijzen wordt gehandhaafd, waarbij wordt benadrukt dat het ontbreken van nieuwe feiten het bestuursorgaan bevoegd maakt om het verzoek zonder nader onderzoek af te wijzen.
Uitkomst: Het herhaald verzoek om toeslag op grond van de Toeslagenwet wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.