ECLI:NL:CRVB:2005:AU3497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken verblijfsvergunning en verzekering
Appellant vorderde kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1998 tot en met het derde kwartaal van 1999. De Sociale verzekeringsbank (gedaagde) had eerder besloten dat appellant over deze perioden geen recht had op kinderbijslag omdat hij niet verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en geen verblijfsvergunning bezat.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 1 april 1999 niet-ontvankelijk was wegens te late indiening en dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die herziening rechtvaardigden. Tevens werd bevestigd dat appellant op de peildata niet verzekerd was volgens de AKW.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze oordelen en overweegt dat appellant geen nieuwe elementen heeft ingebracht die tot een ander oordeel leiden. De Raad wijst ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af en bevestigt het bestreden besluit. Appellant kan tegen deze uitspraak cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van kinderbijslag wordt bevestigd.