ECLI:NL:CRVB:2005:AU3496

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/5555 AOW + 04/5556 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene OuderdomswetAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging herzieningsbesluiten AOW-pensioen wegens duurzaam gescheiden leven

Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (SVB) waarin hun AOW-pensioen werd herzien omdat zij als duurzaam gescheiden levend werden aangemerkt. De herziening leidde tot een verhoging van de eigen bijdrage voor de AWBZ van appellant, wat aanleiding gaf tot bezwaar en beroep. De rechtbank Alkmaar verklaarde de beroepen ongegrond.

In hoger beroep heeft de SVB laten weten de bestreden besluiten niet langer te handhaven en een nader standpunt in te nemen over de problematiek bij niet onherroepelijke beschikkingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de besluiten en de uitspraak van de rechtbank geen stand kunnen houden en vernietigt deze.

De Raad beveelt dat de SVB opnieuw beslist met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt de SVB in de proceskosten van appellanten voor zowel eerste aanleg als hoger beroep. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de herzieningsbesluiten en veroordeelt de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

04/5555 AOW + 04/5556 AOW
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen
[appellant], appellant, en [appellante], appellante, beiden wonende te [woonplaats], tezamen hierna ook te noemen: appellanten,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij een tweetal besluiten van 31 oktober 2003, hierna: de bestreden besluiten, heeft gedaagde de bezwaarschriften van appellanten tegen gedaagdes besluiten van 27 mei 2003 ongegrond verklaard. Bij laatstgenoemde besluiten is het pensioen van appellanten ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) herzien, omdat zij met ingang van 1 januari 2002 als duurzaam gescheiden levend worden aangemerkt.
Bij uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 17 augustus 2004, nr. AOW 03/1425 en AOW 03/1426, waarnaar hierbij wordt verwezen, zijn de beroepen van appellanten tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.
Namens appellanten is mr. R. Kiewitt, advocaat te Alkmaar, op bij aanvullend beroepschrift aangegeven gronden, van die uitspraak in hoger beroep gekomen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 16 juni 2005 heeft gedaagde aan de Raad laten weten de bestreden besluiten niet langer te handhaven.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 24 juni 2005, waar partijen, met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij de in rubriek I genoemde besluiten van 27 mei 2003 heeft gedaagde op verzoek van appellanten de AOW-aanspraken van appellanten herzien, omdat zij duurzaam gescheiden van elkaar leefden. Appellant was opgenomen in een instelling ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), terwijl redelijkerwijs niet meer viel te verwachten dat de echtelijke samenleving binnen afzienbare tijd kon worden hersteld. In bezwaar is namens appellanten onder meer naar voren gebracht dat als gevolg van de wijziging naar een ongehuwdenpensioen de eigen bijdrage van appellant voor de AWBZ is verhoogd van € 445,- naar € 1.516,-. Verzocht wordt om de AOW-pensioenen weer om te zetten in pensioenen voor gehuwden. Bij de bestreden besluiten is het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Bij de in rubriek I genoemde brief van 16 juni 2005 heeft gedaagde te kennen gegeven de bestreden besluiten niet te handhaven. Ter motivering hiervan wordt opgemerkt dat in een aantal soortgelijke zaken – waarin de beschikking nog niet rechtens onaantastbaar was – door gedaagde tegemoet is gekomen aan de bezwaren van betrokkenen. Naar aanleiding van deze constatering zal door gedaagde een nader standpunt worden ingenomen over de vraag hoe moet worden omgegaan met de onderhavige problematiek in situaties waarin de beschikking nog niet rechtens onaantastbaar is. Daarop vooruit-lopend zal in geval van appellanten worden beslist overeenkomstig de wijze waarop in andere zaken is beslist.
De Raad stelt vast dat de bestreden besluiten, en de uitspraak van de rechtbank waarbij die besluiten in stand zijn gelaten, rechtens geen stand kunnen houden en derhalve voor vernietiging in aanmerking komen.
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellanten in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak:
Verklaart het beroep tegen de bestreden besluiten gegrond en vernietigt deze besluiten;
Bepaalt dat gedaagde op de bezwaarschriften opnieuw beslist met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellanten in beroep en hoger beroep tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door de Sociale verzekeringsbank;
Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank aan appellanten het betaalde griffierecht van € 164,- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. H. van Leeuwen als voorzitter en mr. T.L de Vries en mr. H.J. Simon als leden in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2005.
(get.) H. van Leeuwen.
(get.) M. Gunter.