ECLI:NL:CRVB:2005:AU3212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieheffing werknemersverzekeringswetten voor Poolse werknemers en onderzoek verblijfsrecht
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een werkgever over de premies werknemersverzekeringswetten die het UWV ambtshalve heeft vastgesteld voor Poolse werknemers over de jaren 2002 en 2003. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen deze premieaanslagen met het argument dat de betreffende werknemers niet verplicht verzekerd waren ingevolge de Koppelingswet.
De rechtbank Alkmaar oordeelde dat het UWV eerst nader onderzoek had moeten doen naar de verblijfsrechtelijke positie van de werknemers voordat het premies vaststelde. Het UWV stelde in hoger beroep dat de werkgever verantwoordelijk was voor het vaststellen van de identiteit en verblijfsstatus van zijn werknemers en dat de werkgever loonopgaven had moeten achterhouden als hij meende dat er geen verzekeringsplicht bestond.
De Raad stelde vast dat de werkgever wel degelijk de identiteit en verblijfsstatus van de werknemers had vastgesteld en dit via loonopgaveformulieren had gemeld aan het UWV, waarbij expliciet was aangegeven dat er geen sociale premies waren opgegeven wegens illegale arbeid. Het UWV had op basis hiervan onderzoek moeten doen naar het rechtmatig verblijf van de werknemers voordat zij premies ambtshalve vaststelde. Omdat het UWV dit naliet, konden de besluiten niet in stand blijven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraken van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van de werkgever. Tevens werd bepaald dat het UWV griffierecht moest betalen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV eerst onderzoek had moeten doen naar de verblijfsrechtelijke positie van de Poolse werknemers voordat premies ambtshalve werden vastgesteld.