ECLI:NL:CRVB:2005:AU3051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd in hoger beroep
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WAZ-uitkering aan gedaagde, omdat hij na afloop van de wachttijd per 2 oktober 2000 minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering en verklaarde het bezwaar van gedaagde ongegrond. De rechtbank Almelo vernietigde dit besluit en kende gedaagde de uitkering toe.
Het Uwv ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Tijdens de procedure werd het onderzoek heropend en een onafhankelijke psychiater, R.P. Soeters, benoemd. Deze deskundige onderschreef het oordeel van de verzekeringsarts dat gedaagde belastbaar was voor de geselecteerde functies, rekening houdend met zijn beperkingen.
De Raad overwoog dat het oordeel van de door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in principe gevolgd wordt, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, wat hier niet het geval was. De Centrale Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond, waarmee het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering blijft in stand.