ECLI:NL:CRVB:2005:AU3036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving vanaf 19 juli 1999 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het recht op bijstand werd beëindigd per 1 september 2001 vanwege haar verhuizing naar België. Naar aanleiding van informatie van de belastingdienst over inkomsten uit werkzaamheden bij een café in 2000, startte de gemeente een onderzoek. Dit leidde tot een herzieningsbesluit van 10 maart 2003, waarbij het recht op bijstand over de periode 1 januari 2000 tot en met 31 mei 2000 werd herzien wegens het niet melden van inkomsten.
Appellante voerde aan dat zij haar werkzaamheden bij het café bij de aanvraag had gemeld en dat zij ervan uitging dat dit voldoende was. De Raad stelde echter vast dat zij verplicht was om maandelijks correcte en volledige inlichtingen te verstrekken via periodieke verklaringen. Omdat haar inkomsten wisselden, was het noodzakelijk dat de gemeente hiervan op de hoogte werd gesteld om de hoogte van de bijstand correct vast te stellen.
De Raad oordeelde dat appellante tekort was geschoten in haar inlichtingenplicht, waardoor zij te veel bijstand ontving. De gemeente was daarom gehouden het recht op bijstand te herzien en de teveel betaalde kosten terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de bijstandsuitkering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.