ECLI:NL:CRVB:2005:AU2925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over afwijzing WAO-uitkering na aanvullend arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 1 november 1996 wegens gezondheidsklachten niet meer kon werken als onderhoudsmonteur, verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering per 31 oktober 1997 toe te kennen, omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen werk en andere functies. Na vernietiging van het eerdere besluit wegens het ontbreken van een arbeidskundig onderzoek naar belastende aspecten van het eigen werk, liet het UWV een aanvullend onderzoek uitvoeren.
Dit aanvullende onderzoek bevestigde de geschiktheid van appellant voor zijn eigen werk en voor andere functies. Op basis hiervan handhaafde het UWV het besluit om geen WAO-uitkering toe te kennen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat dit besluit terecht en op goede gronden was genomen.
Partijen verschenen niet bij de zitting van de Raad. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig en wees alle argumenten van appellant in hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en sluit het geschil af.
Uitkomst: Het bestreden besluit om appellant geen WAO-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.