ECLI:NL:CRVB:2005:AU2773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen
Appellant, werkzaam als begeleider projecten bij een Duits bouwbedrijf, viel in 1998 uit na een enkelbreuk en kreeg ziekengeld in Duitsland. Later werd zijn WAO-uitkering toegekend en herzien op basis van belastbaarheidspatronen van 1999 en 2001, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op respectievelijk 25-35% en 35-45%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zijn fysieke en psychische beperkingen, mede door hartproblemen en slaapapneu, onvoldoende waren meegenomen. Hij overlegde medische verklaringen van cardiologen en een internist, maar deze gaven geen aanwijzingen dat zijn situatie op de beoordelingsdata slechter was dan vastgesteld. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en volledig was en dat de voorgehouden functies passend waren.
Ook de psychische klachten werden niet voldoende onderbouwd met medische verklaringen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard, waarbij tevens werd vastgesteld dat de voorgehouden functies op de beoordelingsdata actueel waren. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd; appellant is niet meer arbeidsongeschikt dan vastgesteld.