ECLI:NL:CRVB:2005:AU2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en zorgvuldigheid UWV-besluiten in WAO- en Ziektewetzaak
Appellant, werkzaam als productiemedewerker bij een konijnenslachterij, viel uit met rug- en spanningsklachten. De arbeidsongeschiktheid werd door verzekeringsarts Genders vastgesteld en arbeidsdeskundige Hofland selecteerde passende functies, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid werd berekend op 15 tot 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het WAO-besluit ongegrond, wat de Raad bevestigt. Appellant voerde aan dat psychische beperkingen onvoldoende waren erkend en dat de geselecteerde functies niet passend waren, maar de Raad concludeerde dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en de functies geschikt.
Ten aanzien van het Ziektewetbesluit dat een uitkering per 3 december 2001 weigerde, oordeelt de Raad dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat er geen medisch onderzoek op die datum plaatsvond. Het besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad bevestigt de WAO-arbeidsongeschiktheid van 15-25% en vernietigt het Ziektewetbesluit wegens onvoldoende onderbouwing.