ECLI:NL:CRVB:2005:AU2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant heeft een volledige WAO-uitkering ontvangen en stelt dat hij verdergaande medische beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen. Hij voert aan dat de medische onderbouwing onjuist is, met name over de maximale arbeidsduur per week. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een rechtstreeks procesbelang. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant met zijn beroep niet meer kan bereiken dan het maximaal haalbare resultaat.
De Raad overweegt dat de feitelijke gang van zaken rondom de herkeuring geen procesbelang oplevert en dat het beroep daarom niet ontvankelijk is. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 13 september 2005.
De beslissing betekent dat appellant geen inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit kan afdwingen en dat het beroep tegen het besluit van het UWV niet-ontvankelijk blijft.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.