ECLI:NL:CRVB:2005:AU2531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering na bezwaar en hoger beroep met vergoeding rente en proceskosten
Appellante had aanvankelijk een WAO-uitkering geweigerd gekregen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde zij hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de behandeling van het hoger beroep overwoog de Raad het onderzoek te schorsen om het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de gelegenheid te geven het besluit te heroverwegen.
Het Uwv herzag het besluit en kende alsnog een WAO-uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met ingang van 5 april 2000. Appellante was verheugd met deze toekenning, maar bleef van mening dat haar volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden moest worden vastgesteld. Daarnaast vorderde zij vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat met het herzien besluit volledig aan het beroep was tegemoetgekomen en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het Uwv werd veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellante, vastgesteld op € 1.965,90, alsmede het betaalde griffierecht van € 116,-.
Uitkomst: Het Uwv moet een WAO-uitkering toekennen met 80-100% arbeidsongeschiktheid en wettelijke rente en proceskosten vergoeden.