ECLI:NL:CRVB:2005:AU2436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht van automatiseringsdeskundige in uitzendsituatie bevestigd
Appellant was werkzaam als automatiseringsdeskundige en werd door [BV 1] ter beschikking gesteld aan [BV 2] via een opdracht van [bedrijf 3]. De vraag was of appellant in de periode van 1 januari 2002 tot en met 26 april 2002 verplicht verzekerd was op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad stelde vast dat sprake was van een arbeidsverhouding met drie partijen, waarbij appellant persoonlijk arbeid verrichtte, loon ontving van [BV 1] en onder toezicht en leiding van [BV 2] werkte. Dit voldoet aan de criteria van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en een uitzendovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:690 BW Pro.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat hij als zelfstandige moest worden aangemerkt en bevestigde dat de verzekeringsplicht geldt vanaf 1 januari 2002. Het eerdere beleid voor de periode tot 1 januari 2002 leidt niet tot een andere beoordeling voor de latere periode.
De uitspraak van de rechtbank Roermond werd bevestigd, waarmee appellant als verplicht verzekerd werd aangemerkt voor de sociale werknemersverzekeringswetten over de relevante periode.
Uitkomst: Appellant wordt verplicht verzekerd geacht op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten over de periode 1 januari 2002 tot en met 26 april 2002.