ECLI:NL:CRVB:2005:AU2342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1996 arbeidsongeschikt wegens rugklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een hoge mate van arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in het kader van de Wet TBA werd vastgesteld dat appellant in staat was tot rugsparende arbeid en passende functies kon vervullen met een verlies aan verdienvermogen van slechts 10,38%. Op basis hiervan werd de WAO-uitkering per 12 december 2001 ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking en voerde aan dat de geselecteerde functies te beperkt en niet reëel waren, dat zijn lage vooropleiding hem belemmerde en dat medische klachten het werk als stikker onmogelijk maakten. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden het oordeel van de primaire arts en selecteerden passende functies met een lager arbeidsongeschiktheidspercentage.
De Raad overwoog dat er wezenlijke verschillen bestaan tussen de functies en dat appellant voldoende communicatieve vaardigheden bezit om deze uit te oefenen. Ook oordeelde de Raad dat appellant zijn medische bezwaren onvoldoende onderbouwde met nieuwe gegevens. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering na herbeoordeling wordt bevestigd.