ECLI:NL:CRVB:2005:AU1995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig internationaal vrachtwagenchauffeur, verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid wegens vermeende toegenomen beperkingen sinds juni 1997. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde dit op basis van medische adviezen van verzekeringsartsen en cardiologen die een stabiele situatie en een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% vaststelden.
De rechtbank Amsterdam liet appellant onderzoeken door een cardioloog, die bevestigde dat appellant in staat was de voorgelegde functies te verrichten. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij in Griekenland voor 67% arbeidsongeschikt werd geacht, maar de Raad achtte dit niet relevant omdat onduidelijk bleef op welke medische criteria dit was gebaseerd en omdat voor de Nederlandse WAO de Nederlandse systematiek geldt.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit berust op een juiste en zorgvuldige medische grondslag en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 15 tot 25%. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werden niet tijdig ingediende stukken buiten beschouwing gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om de WAO-uitkering te herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.