ECLI:NL:CRVB:2005:AU1976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenvergoeding in sociaal zekerheidsgeschil ondanks bezwaar appellante
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin zij slechts een proceskostenvergoeding op basis van forfaitaire bedragen werd toegekend. De zaak betreft correctie- en boetenota’s opgelegd door het UWV over de jaren 2000 en 2001, waarbij de verzekeringsstatus van een werknemer centraal stond.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de feitelijke werkzaamheden van de werknemer en het ontbreken van bewijs over het gezag van appellante. De rechtbank kende appellante proceskosten toe op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Appellante stelde dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, zoals een gebrek aan zorgvuldige voorbereiding en motivering door het UWV, waardoor zij recht had op vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk zijn in de zin van het Bpb en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire regeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de proceskostenvergoeding aan appellante beperkt blijft tot de forfaitaire bedragen.