ECLI:NL:CRVB:2005:AU1940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens ontbreken verlies verdiencapaciteit
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), maar dit werd geweigerd omdat zij op 25 september 1995 minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De bezwaarverzekeringsarts stelde dat appellante geschikt was voor verschillende functies die geen relevant verlies aan verdiencapaciteit opleverden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede op basis van een deskundigenrapport van prof. dr. R.J. van den Bosch.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling was gebaseerd niet overeenkwamen met het deskundigenoordeel. De Raad overwoog dat het stilzwijgen van de bezwaarverzekeringsarts niet betekent dat deze de functies niet heeft beoordeeld, maar dat hij deze passend achtte. De functies sloten aan bij de beperkingen die de deskundige had omschreven.
Na nadere rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige over de passende functies, oordeelde de Raad dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW-uitkering wegens het ontbreken van relevant verlies aan verdiencapaciteit.