ECLI:NL:CRVB:2005:AU1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zich ziek gemeld in mei 2000 en ontving destijds een WW-uitkering. Na medische en arbeidsdeskundige beoordeling is vastgesteld dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is, maar een mate van arbeidsongeschiktheid heeft van minder dan 15%, waardoor de WAO-uitkering werd ingetrokken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er onvoldoende rekening was gehouden met zijn orthopedische en psychische beperkingen en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen de beperkingen adequaat hadden vastgesteld en dat geen objectiveerbare medische afwijkingen waren die het belastbaarheidspatroon zouden moeten wijzigen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de geselecteerde functies passend zijn bij de belastbaarheid van appellant. Er waren geen nieuwe medische stukken die het oordeel konden ondermijnen. Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.