ECLI:NL:CRVB:2005:AU1550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na whiplash-letsel
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen vanaf 20 december 2001, omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De medische beoordeling constateerde beperkingen door nekpijn en whiplash-letsel, maar een arbeidskundige beoordeling concludeerde dat appellant geschikt was voor meerdere functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheid van 0%.
Appellant voerde aan dat er meer beperkingen waren, onder meer psychische klachten, en dat de gehanteerde maatman onjuist was. Hij overlegde een psychiatrisch rapport en stelde dat de functie van samensteller niet meer relevant was. De Raad stelde vast dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat er geen nieuwe beperkingen uit de aanvullende rapporten naar voren kwamen.
De Raad oordeelde dat appellant met de vastgestelde beperkingen in staat was vier resterende functies te vervullen zonder zijn belastbaarheid te overschrijden. Ook liet de Raad in het midden of de maatman correct was gekozen, omdat zelfs bij gebruik van de laatst verrichte arbeid het verlies aan verdiencapaciteit onder de 15% bleef.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.