ECLI:NL:CRVB:2005:AU1369
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering weduwe wegens niet voldaan aan nationaliteits- en toerekeningsvereisten
Eiseres vroeg een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) als weduwe van haar overleden echtgenoot, een voormalig KNIL-militair die tijdens de Japanse bezetting krijgsgevangene was geweest en gezondheidsklachten had die aan marteling werden toegeschreven.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet voldeed aan de vereisten van nationaliteit en territorialiteit zoals bepaald in artikel 3 van Pro de Wet. Daarnaast werd geoordeeld dat het overlijden niet redelijkerwijs aan de vervolging kon worden toegeschreven, mede vanwege het ontbreken van medische gegevens en het feit dat de echtgenoot op 80-jarige leeftijd overleed zonder dat hij een uitkering ontving die verband hield met vervolgingsschade.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond. De medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs ondersteunden dit oordeel, omdat zij het verband tussen de klachten en vervolging onwaarschijnlijk achtten gezien het langdurige dienstverband bij het KNIL en het ontbreken van medische afkeuring.
De Raad zag geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten. Het beroep werd in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2005 door rechter Stevens, met griffier Schieveen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de WUV-uitkering wordt gehandhaafd.