ECLI:NL:CRVB:2005:AU1352
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek WUBO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten over oorlogsgerelateerde gezondheidsklachten
Eiser, geboren in 1932 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in juni 1997 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een WUBO-uitkering, gebaseerd op gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Na afwijzing van deze aanvraag en een eerdere bezwaarprocedure, verzocht eiser in januari 2004 opnieuw om herziening van het besluit.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit herzieningsverzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding zouden geven tot herziening. De Centrale Raad van Beroep toetste dit besluit met terughoudendheid gezien de discretionaire bevoegdheid van de Raadskamer WUBO.
De Raad oordeelde dat de overgelegde verklaring van de echtgenote van eiser te laat was en geen eigen waarneming betrof, waardoor deze geen gewicht kreeg. Ook was het niet aannemelijk dat de echtgenote op de hoogte was van de internering van eiser. Daarnaast was het verzoek om onderzoek naar een andere achternaam van eiser niet tijdig ingebracht en onduidelijk.
De Raad concludeerde dat het eerdere besluit terecht niet werd herzien en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek blijft in stand.