ECLI:NL:CRVB:2005:AU0923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-schatting met instandhouding rechtsgevolgen wegens medische beperkingen en functiegeschiktheid
Appellante, arbeidsongeschikt wegens lage rugklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55% gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en geselecteerde functies. Appellante betwistte de mate van beperkingen en stelde zich volledig arbeidsongeschikt.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat de belastbaarheid normaal was en dat de geselecteerde functies binnen die belastbaarheid vielen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante geen medische stukken had overgelegd die het oordeel van de artsen konden betwisten.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten van appellante voldoende in de FML zijn meegenomen. Het bezwaar dat zij meer beperkt zou zijn faalt wegens gebrek aan bewijs. De Raad vernietigt het bestreden besluit vanwege het CBBS-standpunt, maar laat de rechtsgevolgen intact. De arbeidskundige motivering is in hoger beroep voldoende onderbouwd. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.