ECLI:NL:CRVB:2005:AU0920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering vanaf 14 september 2001, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde deze omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Na vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank, nam het UWV een nieuw besluit dat het oorspronkelijke standpunt handhaafde.
Appellante stelde dat haar medische klachten een volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische gegevens. Zij verzocht ook om een medisch deskundigenadvies en betwistte de geschiktheid van de voor haar geselecteerde functies.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen voldoende was en dat de selectie van passende functies op juiste wijze was uitgevoerd met behulp van het Functie Informatie Systeem. De Raad vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren en bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was, waardoor de weigering van de WAO-uitkering terecht was.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid is minder dan 15%.