ECLI:NL:CRVB:2005:AU0916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting WAO-uitkering wegens onduidelijkheid woonadres en arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft twee procedures waarin appellant bezwaar maakte tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de herziening en opschorting van zijn WAO-uitkering.
In het eerste geding werd het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van 80% naar 15-25% per 27 september 2002 aangevochten. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een onvoldoende actuele arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onvoldoende was en zijn psychische beperkingen groter dan vastgesteld. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd actueel waren, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit terecht in stand bleven.
In het tweede geding ging het om de opschorting van de WAO-uitkering per 1 juni 2003 vanwege twijfel over het opgegeven woonadres van appellant. De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen waren voor een gegrond vermoeden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, mede door tegenstrijdige gegevens in de Gemeentelijke Basisadministratie en het ontbreken van een juiste ondertekening van het inlichtingenformulier. De Raad bevestigde deze conclusie en oordeelde dat de opschorting van de uitkering terecht was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt beide uitspraken en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en opschorting van de WAO-uitkering vanwege voldoende grond voor twijfel over woonadres en juiste arbeidsongeschiktheidsschatting.