ECLI:NL:CRVB:2005:AU0712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota's bij looncontrole ondanks betwisting verstrekkingen aan niet-vast personeel
Appellante, een stratenmakerbedrijf, betwistte de correctienota’s die voortvloeiden uit een looncontrole over de jaren 1995 tot en met 1999. Zij stelde dat bepaalde verstrekkingen aan werknemers niet tot het vaste werknemersbestand behoorden, zoals vakantiehulpen en inleenkrachten, en dat hiermee ten onrechte geen rekening was gehouden bij de berekening van de correctienota’s.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet geslaagd was in het aannemelijk maken van haar stelling. Zij had niet verifieerbaar gemaakt welke verstrekkingen aan welke werknemers waren gedaan en wie precies tot het niet-vaste personeel behoorden. Hierdoor kon de Raad niet anders dan het standpunt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevestigen.
De Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zutphen. De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Schoemaker, voorzitter, en mr. A. Kovács, griffier, en op 14 juli 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de correctienota’s worden bevestigd.