ECLI:NL:CRVB:2005:AU0642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Terugverwijzing in hoger beroep over toename arbeidsongeschiktheid en wachttijd bij WAO-uitkering
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die bezwaren van gedaagde tegen besluiten over de mate van arbeidsongeschiktheid ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid met dezelfde ziekteoorzaak volgens artikel 39a van de WAO en de daarbij toepasselijke wachttijd.
De rechtbank had het bezwaar tegen het eerste besluit terecht gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege een onjuiste wachttijd van 52 weken in plaats van 4 weken. De Centrale Raad bevestigde dit oordeel. Echter oordeelde de Raad dat de rechtbank geen uitspraak had gedaan over het bezwaar tegen het tweede besluit, wat in strijd was met artikel 8:69 van Pro de Awb. Daarom vernietigde de Raad dit deel van de uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
De Raad concludeerde dat de rapportages van verzekeringsartsen voldoende waren om de maatstaf van artikel 39a WAO toe te passen. De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd, en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt gedeeltelijk de uitspraak van de rechtbank en wijst het geschil terug voor verdere beoordeling over het bezwaar tegen het tweede besluit.