ECLI:NL:CRVB:2005:AU0639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schatting arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid volgens WAO
Appellant, die sinds november 1999 ziekgemeld is met klachten aan het bewegingsapparaat, kreeg vanaf oktober 2000 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een knieoperatie in oktober 2001 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de WAO-uitkering per 9 juni 2002 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn beperkingen door diverse klachten en psychische problemen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank Dordrecht oordeelde dat de medische advisering van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts inhoudelijk consistent was en dat appellant geen objectieve medische gegevens had aangeleverd die het belastbaarheidspatroon onjuist zouden maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten, ondersteund door een brief van zijn orthopedisch chirurg, maar de Centrale Raad van Beroep beperkte de beoordeling tot de medische aspecten en volgde het oordeel van de rechtbank. De brief van de chirurg bood geen concrete medische onderbouwing voor een andere beoordeling op de datum van het bestreden besluit. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant's belastbaarheid was overschat of dat hij niet geschikt was voor de betrokken functies.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de belastbaarheid niet is overschat en de WAO-uitkering terecht is ingetrokken.