ECLI:NL:CRVB:2005:AU0609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 3 januari 2001 in te trekken, nadat deze was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat er onvoldoende diepgaand medisch onderzoek was verricht en dat er wel degelijk objectiveerbare beperkingen zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische onderzoeken, waaronder een lichamelijk onderzoek door verzekeringsarts J. Schrijen en een rapport van bezwaarverzekeringsarts C.G. van der Kooij, zorgvuldig en voldoende waren. De Raad vond geen aanleiding om de conclusies over de beperkingen van appellant onjuist te achten, temeer daar appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden door de voor hem geschikte functies, waarbij het loonverlies slechts 7% bedroeg. Gezien deze bevindingen was het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 3 januari 2001 wordt bevestigd wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.