ECLI:NL:CRVB:2005:AU0602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35%, terwijl zij eerder een inschatting van 80 tot 100% had. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep.
Appellante stelde dat de medische onderzoeken onvoldoende waren en dat haar situatie sinds 1990 was verslechterd, waardoor zij niet in staat zou zijn te werken. Ook klaagde zij dat de arbeidsdeskundige niet duidelijk had gemaakt welke functies passend waren.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen van appellante voldoende waren vastgesteld door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die uitgebreid onderzoek hadden gedaan en de conclusies van een ander rapport niet volgden. De arbeidsdeskundige had passende functies toegelicht en de vergelijking van het maatmaninkomen met de mogelijke inkomsten bevestigde de juiste inschatting van de mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad zag geen reden om de eerdere uitspraak te vernietigen en bevestigde deze.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.