ECLI:NL:CRVB:2005:AU0496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschriften tegen boetenota’s en boetebesluiten in socialezekerheidsrecht
In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die de bezwaarschriften van gedaagden tegen boetenota’s ontvankelijk had verklaard. De boetenota’s betroffen verzoeken tot betaling van boetes over het jaar 2002 vanwege een afwijking van meer dan 5% in premielonen ten opzichte van voorschotnota’s.
De rechtbank oordeelde dat hoewel boetenota’s geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de bezwaarschriften van gedaagden mede gericht waren tegen de boetebesluiten zelf. De Raad bevestigt deze overweging en stelt dat de bezwaarschriften gelet op hun inhoud en strekking tegen zowel de nota’s als de besluiten waren gericht.
De Raad veroordeelt het Uwv tot betaling van de proceskosten van € 966,-- aan gedaagden wegens verleende rechtsbijstand en heft een recht van € 414,-- van het Uwv. De uitspraak bevestigt dat boetenota’s niet als besluit kwalificeren, maar dat bezwaren tegen de boetebesluiten wel ontvankelijk zijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat boetenota’s geen besluiten zijn, maar bezwaren tegen boetebesluiten ontvankelijk zijn en veroordeelt het Uwv tot betaling van proceskosten.