ECLI:NL:CRVB:2005:AU0474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over loonsuppletie na bezwaar en beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep tegen een besluit van het UWV over loonsuppletie ongegrond verklaarde. Het UWV had bepaald dat appellant recht had op loonsuppletie gedurende maximaal vier jaar, conform de geldende regelgeving. Appellant voerde aan dat hem door een arbeidsdeskundige een ruimere toezegging was gedaan, maar dit werd door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan bewijs.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven en overhandigde een niet-ondertekende telefoonnotitie die een vermeende toezegging zou ondersteunen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze notitie summier en voor meerdere uitleg vatbaar is en geen duidelijke, onvoorwaardelijke toezegging bevat die het UWV zou binden.
De Raad bevestigde dat het UWV de aanspraak van appellant op loonsuppletie niet heeft miskend en dat de rechtbank terecht het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft afgewezen. Er was geen aanleiding om de eerdere uitspraak te wijzigen of om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant recht heeft op loonsuppletie voor maximaal vier jaar volgens de geldende regelgeving.