ECLI:NL:CRVB:2005:AU0451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35 procent
Appellant, voorheen werkzaam als isoleerder, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid toegekend, die later werd herzien naar 25 tot 35%. Hij voerde in hoger beroep aan dat zijn medische situatie, waaronder een operatie waarbij een tumor uit de linkernier werd verwijderd en een zenuwbeschadiging ontstond, leidde tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd. De artsen concludeerden dat er geen essentiële wijziging in het klachtenpatroon was en dat de belastbaarheid niet was overschat. De medische informatie over de operatie en de gevolgen daarvan werden beoordeeld, maar er was geen neurologisch bewijs dat de tumor of de operatie tot functionele beperkingen leidde vóór de ingreep.
Verder werd vastgesteld dat de functies die appellant werd voorgehouden passend waren binnen zijn medische beperkingen. De bezwaararbeidsdeskundige bevestigde dat de functies geen zwaardere eisen stelden dan verantwoord was. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit rechtmatig was en wees het hoger beroep af, waarbij ook geen aanleiding was voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering van appellant wordt vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.