ECLI:NL:CRVB:2005:AU0337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van loondagen en ploegendienst in premieheffing sociale verzekeringen
In deze zaak is in hoger beroep beoordeeld of het begrip loondagen in artikel 9 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) juist is toegepast bij werknemers die een patroon van veertien dagen werken gevolgd door veertien dagen niet werken hanteren.
De appellant stelt dat geen sprake is van ploegendienst en dat slechts tien loondagen per vier weken in aanmerking moeten worden genomen, omdat de werknemers twee weken niet werken en die weken niet mogen worden meegeteld. De gedaagde handhaaft het standpunt dat sprake is van ploegendienst en dat over de niet-werkweken toch vijf loondagen per week moeten worden gerekend, resulterend in twintig loondagen per vier weken.
De Raad overweegt dat het vijfde lid van artikel 9 CSV Pro impliceert dat bij ploegendienst ook weken zonder arbeid meetellen als vijf loondagen, mits sprake is van een repeterend patroon van werken en niet-werken. Gezien de vaste jurisprudentie is het patroon van veertien dagen werken en veertien dagen niet werken aan te merken als ploegendienst. Daarom is het standpunt van gedaagde juist en dient het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank te worden vernietigd.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellante.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat sprake is van ploegendienst en stelt dat per vier weken twintig loondagen in aanmerking worden genomen voor premieheffing.