ECLI:NL:CRVB:2005:AU0200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet-gemelde inkomsten timmerman
Appellant, een arbeidsongeschikte timmerman, ontving vanaf 1981 WAO-uitkeringen. Na een opsporingsonderzoek in 2000 bleek dat hij gedurende diverse perioden meer had gewerkt en verdiend dan opgegeven. Gedaagde, het UWV, besloot daarom de uitkering over die perioden te korten en de onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat de terugvordering terecht was en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om hiervan af te zien. Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat hij in een strafzaak was vrijgesproken en dat de administratie van de bedrijven onbetrouwbaar was.
De Raad concludeerde dat de manurenregistraties, opgesteld en gecontroleerd door opdrachtgevers, voldoende aannemelijk maken dat appellant meer uren werkte dan opgegeven. De verklaringen van getuigen konden dit niet overtuigend tegenspreken. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen aan appellant.