ECLI:NL:CRVB:2005:AU0033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling passende functies bij arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de herziening van een WAO-uitkering van een arbeidsongeschikte steigerbouwer. De rechtbank had het bezwaar van de betrokkene gegrond verklaard en het besluit tot herziening vernietigd omdat onvoldoende passende functies waren aangetoond volgens het toen geldende vijf functiescriterium.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de rechtbank ten onrechte het vijf functiescriterium strikt heeft toegepast. Uit eerdere jurisprudentie blijkt dat het aantal functies niet absoluut is en dat de schatting moet rusten op voldoende resterende arbeidsmogelijkheden, waarbij ook de aard en actualiteit van de functies van belang zijn.
De Raad stelt vast dat ondanks het vervallen van twee functies, de resterende drie functies met voldoende arbeidsplaatsen een toereikende grondslag vormen voor de schatting. De Raad oordeelt ook dat de functies passend zijn voor de betrokkene, die aan de niveau-eisen en taalvaardigheid kan voldoen.
De medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid wordt onderschreven zoals door de rechtbank vastgesteld. Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt in stand gelaten en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.