ECLI:NL:CRVB:2005:AT9830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering AAW-uitkering wegens onzorgvuldige beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1939, heeft in Nederland gewerkt van 1954 tot 1975 en daarna in Canada, waar hij in 1998 een invaliditeitspensioen kreeg toegekend. Hij verzocht om een Nederlandse aanvulling op deze Canadese uitkering, gebaseerd op zijn verzekeringsjaren in Nederland. Het UWV weigerde een AAW-uitkering omdat appellant volgens medische en arbeidskundige beoordelingen per 1990 en 1995 niet arbeidsongeschikt was in de zin van de AAW en een arbeidsongeschiktheid van 25% of meer ontbrak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte niet heeft onderzocht of appellant per 1998 arbeidsongeschikt was, terwijl appellant toen definitief zijn werkzaamheden staakte en een Canadese uitkering ontving. Ook is vastgesteld dat de arbeidskundige beoordeling per 1990 en 1995 onzorgvuldig was omdat functies werden gebruikt die mogelijk niet bestonden in die jaren.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beveelt het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het betaalde recht van €114,23 aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen.