ECLI:NL:CRVB:2005:AT9550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor gangbaar werk zonder verdienverlies
Appellant, die sinds juli 2000 wegens psychische klachten niet meer kon werken als bewaker, verzocht om een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) wees dit af omdat appellant geschikt werd geacht voor ander gangbaar werk zonder dat sprake was van een verlies aan verdiencapaciteit van meer dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de geselecteerde functies binnen het belastbaarheidspatroon van appellant vielen en dat het loonverlies minder dan 15% bedroeg. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten waren verergerd en dat hij onder intensieve psychiatrische behandeling stond.
De Raad overwoog dat op basis van medische gegevens geen aanwijzingen waren voor een zwaardere beperking dan eerder vastgesteld. De door appellant overgelegde rapportage bracht geen nieuwe medische inzichten. Bovendien werd erkend dat één functie niet passend was, maar dit had geen gevolgen voor de uitkomst omdat voldoende andere functies geschikt waren.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd, waarmee de weigering van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor gangbaar werk zonder verlies aan verdiencapaciteit.