ECLI:NL:CRVB:2005:AT9547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking herzieningsbesluit WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin zijn WAO-uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35% naar 15-25%. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep gaf het UWV aan dat het herzieningsbesluit op een onjuiste grondslag berustte en stelde de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35% onveranderd vast. Hierdoor had appellant geen belang meer bij het hoger beroep tegen het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten vanwege de toestemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en vergoeding van het griffierecht.