ECLI:NL:CRVB:2005:AT9438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65 procent
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% per 7 september 2001. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat hoewel de rechtbank ten onrechte aannam dat appellant internationaal vrachtwagenchauffeur was, dit geen gevolgen heeft voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid, omdat de feitelijke werkzaamheden bekend waren en als maatmanfunctie zijn gebruikt. Medische rapporten ondersteunen dat appellant niet geschikt was voor zijn oorspronkelijke functie, maar wel voor een lichtere functie als bestelautochauffeur.
Verder is in hoger beroep aangevoerd dat er onduidelijkheid was over medische aandoeningen, met name lekkages in de nek, die pas later werden vastgesteld. Dit leidde tot een herziening van de uitkering per 27 november 2002 naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelt dat deze toegenomen arbeidsongeschiktheid niet met terugwerkende kracht tot de datum van 7 september 2001 kan worden aangenomen vanwege het tijdsverloop en de medische bevindingen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft het oorspronkelijke besluit van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.