ECLI:NL:CRVB:2005:AT9339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht Poolse chauffeurs bij Nederlands transportbedrijf volgens werknemersverzekeringen
Appellante, een Nederlands transport- en expeditiebedrijf, voerde hoger beroep tegen correctienota’s en boetenota’s opgelegd door het UWV wegens verzekeringsplicht voor twee Poolse chauffeurs die in de jaren 1995-1997 werkzaam waren. De kern van het geschil betrof de vraag of deze chauffeurs, die in Polen woonden en circa 61% van hun werkzaamheden daar verrichtten, verplicht verzekerd waren onder de Nederlandse sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad overwoog dat het begrip “in hoofdzaak werkzaam” volgens het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 en het Europees Verdrag betreffende sociale zekerheid, restrictief moet worden uitgelegd. De Raad accepteerde de door het UWV gehanteerde 70%-norm als criterium voor “in hoofdzaak werkzaam zijn” in het woonland, mede vanwege aansluiting bij het beleid van de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank.
Appellante stelde dat zij mocht uitgaan van een 50%-criterium en dat het achteraf toepassen van de 70%-norm in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad verwierp dit en oordeelde dat appellante bij twijfel navraag had moeten doen. Ook het argument dat dubbele verzekering onredelijk was, faalde omdat de verzekeringsplicht van rechtswege ontstond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank Zutphen en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de opgelegde correctienota’s en boetenota’s terecht waren. De uitspraak werd gedaan op 7 juli 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de chauffeurs verplicht verzekerd waren en de correctienota’s en boetenota’s terecht zijn opgelegd.