ECLI:NL:CRVB:2005:AT9226

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/4633 NABW e.a.
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht

De zaak betreft verzet tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 4 januari 2005, waarin het hoger beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht van €102. Opposant had het griffierecht niet binnen de vier weken na de aangetekende brief van 25 oktober 2004 voldaan.

Tijdens de zitting van 11 mei 2005 verscheen opposant, terwijl het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein zich niet liet vertegenwoordigen. Opposant bracht in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren die het niet tijdig betalen van het griffierecht konden rechtvaardigen.

De Raad oordeelt dat het verzet ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Wel wordt het reeds betaalde griffierecht toegerekend aan andere hoger beroepen van opposant, conform diens wens.

De uitspraak werd gedaan door mr. drs. Th.G.M. Simons op 12 juli 2005 in aanwezigheid van griffier M. Pijper.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/4633 NABW 04/4634 NABW
04/4635 NABW 04/4636 NABW
04/4636 NABW 04/4637 NABW
04/4638 NABW 04/4639 NABW
04/4640 NABW 04/4641 NABW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN
Bij uitspraken van 4 januari 2005 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb heeft de Raad de door opposant ingestelde hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Utrecht van 14 juli 2004, reg.nrs. SBR 03/964, 03/3181, 03/2399, 03/1582, 03/1871, 03/3182, 03/1581, 03/963 en 03/965, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraken heeft opposant verzet gedaan.
De verzetten zijn gevoegd behandeld ter zitting van 11 mei 2005, waar opposant is verschenen en geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraken van de Raad van 4 januari 2005 berusten hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de bij de aangetekende brieven van 25 oktober 2004 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft opposant geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
Voor de goede merkt de Raad nog op dat, overeenkomstig de wens van opposant, de Raad het door opposant - wel - betaalde bedrag aan griffierecht van € 102,-- heeft toegerekend aan zijn hoger beroep in het geding met reg.nrs. 04/4631 en 04/4632 NABW.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart de verzetten ongegrond.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) M. Pijper.