ECLI:NL:CRVB:2005:AT9116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-uitbetaling WAO-uitkering wegens hogere inkomsten en ongeschiktheid bedrijfsleidersfunctie
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100%, later verlaagd naar 25 tot 35%. Vanaf 1 januari 1999 werkte hij 20 uur per week, vanaf 1 januari 2000 als bedrijfsleider 32 uur per week met een hoger salaris. Gedaagde stelde vast dat appellant over de periode 1 januari 2000 tot 9 augustus 2000 geen recht had op WAO-uitkering vanwege genoten inkomsten en ongeschiktheid voor de functie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de toepassing van artikel 44 WAO Pro, waarbij het dagloon niet werd verhoogd op grond van artikel 40 WAO Pro. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel geschikt was voor de bedrijfsleidersfunctie en dat het dagloon aangepast moest worden.
De Raad oordeelde dat appellant niet in staat was de leidinggevende functie uit te oefenen vanwege psychische beperkingen en een maximale arbeidsduur van 20 uur per week. Het hogere salaris en de functie waren niet passend bij zijn krachten en bekwaamheden. De toepassing van artikel 44 WAO Pro en de weigering tot dagloonverhoging werden als rechtmatig bevestigd.
De terugvordering van onverschuldigde uitkering werd eveneens gehandhaafd. De Raad vond geen reden om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht had op WAO-uitkering over de periode 1 januari 2000 tot 9 augustus 2000 en handhaaft de terugvordering van onverschuldigde betalingen.