ECLI:NL:CRVB:2005:AT9109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herziening WAO-uitkering en terugvordering over periode na mei 1999
De zaak betreft een geschil over de herziening van de WAO-uitkering van gedaagde en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Appellant had de mate van arbeidsongeschiktheid van gedaagde met ingang van 1 januari 1997 herzien en de uitkering teruggevorderd over de periode 1997 tot 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond voor de periode tot 1 mei 1999 en vanaf 6 december 2001, maar vernietigde het besluit voor de periode 1 mei 1999 tot 6 december 2001 wegens onvoldoende onderbouwing van de mate van arbeidsongeschiktheid en de terugvordering.
Appellant stelde in hoger beroep dat wijziging van de WAO-uitkering alleen mogelijk is bij wijziging van de medische belastbaarheid, wat volgens hem niet het geval was. De Raad overwoog echter dat herziening ook op arbeidskundige gronden kan plaatsvinden, zoals een verandering in de praktische verdiensten, en dat nader arbeidskundig onderzoek noodzakelijk is voor de periode 1 mei 1999 tot 6 december 2001.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit voor die periode niet deugdelijk gemotiveerd is en dat de terugvordering en invordering zoals vastgelegd in de primaire besluiten 2 en 3 vernietigd moeten worden. Daarnaast veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd voor de periode 1 mei 1999 tot 6 december 2001 en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.