ECLI:NL:CRVB:2005:AT9090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening Wajong-uitkering na bezwaar en beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege aangeboren afwijkingen met onder meer hart- en rugklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante maakte bezwaar en verzocht om herziening, maar dit werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit deels en oordeelde dat het besluit onvoldoende rekening hield met het onderscheid tussen verleden en toekomst, maar liet de rechtsgevolgen van de afwijzing van het bezwaar in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank voor zover het gaat om het handhaven van de weigering terug te komen op het oorspronkelijke besluit. De Raad overweegt dat het hoger beroep beperkt is tot dit onderdeel en dat het oordeel over de periode vóór het herzieningsverzoek niet langer in geschil is. Daarnaast merkt de Raad op dat de rechtbank buiten het geding is getreden door een oordeel te geven over de periode na het verzoek om herziening, waardoor dit deel buiten beschouwing blijft. Appellante kan zich niet verenigen met het oordeel, maar de Raad gaat hier niet op in omdat het buiten de reikwijdte van het geding valt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar tegen de weigering tot herziening van de Wajong-uitkering ongegrond is.