ECLI:NL:CRVB:2005:AT8877
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging of vergelijkbare omstandigheden
Eiser, geboren in 1929 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in juni 2003 een uitkering aan als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting als wees onder kommervolle omstandigheden heeft moeten leven nadat zijn moeder werd afgevoerd.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet, noch dat zijn situatie vergelijkbaar was met vervolging. De Raad oordeelde dat eiser geen vrijheidsberoving had ondergaan en dat de omstandigheden waaronder hij leefde niet vergelijkbaar waren met vervolging, mede omdat het wegvoeren van zijn moeder niet gepaard ging met excessief geweld en zij na de oorlog terugkeerde.
De Raad benadrukte dat de bevoegdheid om personen met vervolgden gelijk te stellen discretionair is en slechts terughoudend wordt getoetst. Gezien het ontbreken van zwaarwegende omstandigheden en het feit dat de situatie van eiser niet significant verschilden van die van anderen, werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn aanvraag als vervolgingsslachtoffer blijft in stand.