ECLI:NL:CRVB:2005:AT8849
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres vroeg erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van mishandeling, internering en bombardementservaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar eerdere aanvraag in 1998 werd afgewezen omdat onvoldoende objectief bewijs werd geleverd ter ondersteuning van haar eigen verklaring.
In 2004 diende eiseres een herzieningsverzoek in met aanvullende beweringen, waaronder een vliegtuigneerstorting nabij haar ouderlijk huis en bombardementen. Dit verzoek werd eveneens afgewezen omdat geen nieuwe relevante feiten waren aangevoerd die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien.
De Raad oordeelde dat de eigen verklaring van eiseres zonder ondersteunend bewijs onvoldoende is om de door haar gestelde oorlogservaringen vast te stellen. Uit getuigenverklaringen en historisch onderzoek bleek geen bevestiging van de mishandeling of directe betrokkenheid bij bombardementen of vliegtuigneerstorting.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Erkenning als burgeroorlogsslachtoffer is beperkt tot situaties waarin objectief vaststaat dat de betrokkene de in de wet omschreven oorlogscalamiteiten heeft meegemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wordt gehandhaafd.