ECLI:NL:CRVB:2005:AT8836
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken bewijs vervolging
Eiser, geboren in 1930 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere aanvragen ingediend voor erkenning als vervolgingsslachtoffer en toekenning van een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Alle aanvragen zijn afgewezen omdat niet is aangetoond dat eiser vervolging in de zin van artikel 2 van Pro de Wet heeft ondergaan.
De Raad overweegt dat de aanvraag van september 2003 neerkomt op een verzoek tot herziening van eerdere besluiten. De bevoegdheid tot herziening is discretionair en de Raad toetst terughoudend, zeker omdat het hier een tweede verzoek betreft. Verweerster heeft terecht geweigerd eiser gelijk te stellen met een vervolgingsslachtoffer op grond van artikel 3, tweede lid, omdat de psychische klachten niet hebben geleid tot verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdsgenoten.
Eiser heeft geen nieuwe feiten of medische gegevens aangevoerd die aanleiding geven tot herziening. De Raad concludeert dat verweerster in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt afgewezen.