ECLI:NL:CRVB:2005:AT8724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks gebrek aan medisch deskundigenadvies
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering ongewijzigd voort te zetten met een mate van 15 tot 25% vanaf 1 september 1999. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat de belastbaarheid van appellant juist was vastgesteld en dat hij de geselecteerde functies kon vervullen.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen medisch deskundige had geraadpleegd, wat strijd zou opleveren met het motiveringsbeginsel. Tevens werd een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel aangevoerd omdat de rechtbank het selecteren van andere functies tijdens de procedure zou hebben toegestaan.
De Raad concludeerde dat het primaire besluit was gebaseerd op eigen onderzoek van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, die de belastbaarheid juist hadden vastgesteld. Er waren geen medische gegevens overgelegd die een ander beeld gaven. Ook was er geen sprake van selectie van nieuwe functies, maar van geactualiseerde functiebeschrijvingen die met appellant waren besproken.
De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te wijzigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot voortzetting van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en wijst het hoger beroep af.