ECLI:NL:CRVB:2005:AT8723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid tot herziening en intrekking WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde in hoger beroep de bevoegdheid van het UWV ter discussie om zijn WAO-uitkering te herzien en zijn AAW-uitkering in te trekken, met het argument dat de schatting van zijn arbeidsongeschiktheid onjuist was. De rechtbank Rotterdam had eerder geoordeeld dat het UWV bevoegd was en dat appellant op 17 april 1995 slechts voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt was, waardoor hij in staat was passend werk te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling. Uit medisch onderzoek van verzekeringsartsen Siccama en Van Beekum, alsmede de behandelend neuroloog Huisman, blijkt dat appellant lijdt aan erfelijke polyneuropathie met krachtsverlies, maar dat zijn beperkingen sinds 1987 niet wezenlijk zijn veranderd. De geselecteerde functies zijn zittend en vragen geen grote lichamelijke inspanning.
De Raad ziet geen aanleiding om het besluit van het UWV te herzien of te vernietigen, noch om toepassing van artikel 8:75 Awb Pro toe te passen. De uitspraak van de rechtbank blijft daarmee ongewijzigd in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en intrekking van de AAW-uitkering wegens juiste vaststelling van arbeidsongeschiktheid.